Deze website gebruikt geen cookies. We verzamelen geen gegevens over onze bezoekers.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 6-9-2026

Met deze vuistregel kies je de beste eiwitsupplementen

Natuurlijk zijn eiwitsupplementen reuze handig. Ze maken het verschrikkelijk makkelijk om de hoeveelheid eiwit in je dieet op te voeren. Geen twijfel over mogelijk. Maar er kleeft een minpuntje aan eiwitsupplementen dat eigenlijk iedereen die met gewichten traint zou moeten kennen.

Op deze website hebben we meer dan eens positief geschreven over eiwitten en dat zullen we uiteraard blijven doen. Of je spieren wilt opbouwen of verantwoord wilt afslanken, een dieet met relatief veel eiwit helpt. Dat kan uiteraard via de voeding, maar het is toch ook verdraaid makkelijk dat er eiwitsupplementen zijn. Meestal bevatten die eiwitten uit zuivel.

Foute eiwitten
Uit analyses van eiwitsupplementen komen jammer genoeg wel eens dingen naar voren gekomen waarmee we minder blij mee zijn. In 2014 achterhaalde de Wageningse voedingswetenschapper en bodybuilder Mark Rothuis bijvoorbeeld dat de labels van eiwitsupplementen consequent meer eiwitten vermelden dan er in werkelijkheid in hun producten zit.

In ongeveer diezelfde periode stonden wereldwijd de bodybuildingboards op hun achterste benen toen duidelijk werd dat sommige bedrijven stiekem goedkope glycine in hun poeders stopten en dat aminozuur vervolgens doodleuk op het etiket als ‘eiwit’ vermeldden.

Nu is glycine een aminozuur en dus een bouwsteen van eiwit. Maar glycine is geen essentieel aminozuur en kan door het lichaam zelf gemaakt worden. Je wilt natuurlijk dat je eiwitproduct hoogwaarde eiwitten bevat met vooral essentiële aminozuren.

Vandaag willen we je iets van een soortgelijke strekking vertellen. Niet om eiwitsupplementen in een kwaad daglicht te stellen, maar wel om te onderstrepen hoe belangrijk reguliere en volwaardige voedingsmiddelen zijn. En ook wel om je een beetje kennis te geven waarmee je beter je weg kunt vinden in de supplementenjungle daarbuiten.

Dit artikel heeft betrekking op de eiwitten uit melk - en niet op eiwitten uit bijvoorbeeld eieren, erwten, soja of rijst. We gaan het hebben over caseïne, wheyconcentraat, wheyisolaat en wheyhydrolisaat. De lezers van deze website zijn doorgaans bijzonder goed geïnformeerd, dus we hoeven je die termen waarschijnlijk niet meer uit te leggen. Maar omwille van de volledigheid doen we het toch.

Eiwitten uit melk
Caseïne is het belangrijkste eiwit uit melk. Melkeiwit bestaat voor 80 tot 85 procent uit caseïne, en voor de rest uit whey. De voedingsindustrie gebruikt caseïne voor de productie van kaas, en bij dat proces komt whey als restproduct vrij. Het verschil tussen caseïne en whey is dat, eenmaal in het lichaam, de aminozuren uit caseïne betrekkelijk langzaam vrijkomen, en die in whey juist betrekkelijk snel.

Uitgedrukt in calorieën bestaan wheyconcentraten voor 60 tot 85 (energie)procent uit eiwitten, en voor de rest voornamelijk uit het koolhydraat lactose. Lactose heet ook wel ‘melksuiker’. Wheyisolaten zijn een stuk zuiverder en bestaan voor 85 tot 95 procent uit eiwitten - en voor de rest uit lactose.

Als je er zo naar kijkt, is er dus wat voor te zeggen om te kiezen voor wheyisolaten in plaats van wheyconcentraten. Maar Spaanse sportwetenschappers van de Pablo de Olavide Universiteit besloten in 2018 om met een hele andere bril naar eiwitsupplementen te kijken: naar de kwaliteit van de eiwitten. En dan hebben we het dit keer over de mate waarin de eiwitten zijn beschadigd door het productieproces.

Hittebeschadiging
Om een eiwitpoeder uit melk te halen moeten fabrieken de eiwitten eerst zo goed mogelijk van de andere bestanddelen scheiden en die eiwitten vervolgens drogen. Tegelijkertijd zorgen ze er ook voor dat eventuele ziektekiemen in de poeders doodgaan, zodat je poeders lang kunt bewaren.

Bij al die processen speelt hitte een sleutelrol en die hitte beschadigt jammer genoeg de eiwitten. Het aminozuur lysine vormt samen met andere aminozuren en de koolhydraten in melk verschillende complexe verbindingen, die het lichaam meestal niet goed meer kan opnemen. Als je het precies wilt weten, die reactie heet de Maillardreactie.

In eiwitsupplementen is de concentratie van de stof furosine een goede graadmeter van de hoeveelheid lysine - en indirect ook andere aminozuren - die niet goed meer kan worden opgenomen. Hoe meer furosine in een eiwitpoeder zit, hoe minder goed neemt het lichaam de eiwitten in het poeder op.



In 2006 hadden onderzoekers al eens naar een stuk of dertig eiwitsupplementen gekeken. Uit die studie bleek dat er fors meer furosine in wheyconcentraten zit dan in wheyisolaten en dat er in caseïnes nog net iets minder furosine zit dan in wheyisolaten.

Hydrolisaten
Ook in het recentere onderzoek, dat tussen twee haakjes in november 2018 verscheen in LWT - Food Science and Technology, ontdekten de onderzoekers de laagste concentraties furosine in de wheyisolaten en de caseïnes.

De producten met de hoogste concentraties waren gehydroliseerde wheyeiwitten. Dat zijn wheyeiwitten die door de fabrikant in kleine stukjes zijn geknipt, zodat het lichaam de aminozuren sneller kan opnemen. Net iets minder beroerd dan de hydrolisaten scoorden de wheyconcentraten.

Niet alle concentraten kwamen trouwens slecht uit de tests. De Spanjaarden vonden er ook een paar waarmee niets aan de hand was.

Ultrafiltratie?
Opmerkelijk was trouwens ook de uitkomst van analyses van eiwitten die volgens de fabrikant waren ontstaan door ‘microfiltratie’ of ‘ultrafiltratie’. Die producten deden het net zo goed of slecht als de andere. Als je die termen op een product ziet staan, kun je ze dus met een gerust hart negeren. Ze zeggen helemaal niets.

Vuistregel
Het is nog niet helemaal duidelijk hoe je de uitkomsten van het Spaanse onderzoek moet vertalen naar de praktijk. Hoeveel procent van het eiwit in een minder goed eiwit niet meer opneembaar, dat weten we niet. Maar als je alleen kijkt naar lysine, dan blijkt uit de analyses dat bij de twintig procent slechtste producten 20 tot 45 procent van de aanwezige lysine niet meer opneembaar is.

De onderzoekers noemen geen merknamen. Een lijstje met goede en minder goede producten kunnen we je dus niet geven. Maar we hebben wel iets anders. De Spanjaarden ontdekten een vuistregel waarmee consumenten hun kans op een deugdelijk product kunnen vergroten. Hoe minder koolhydraten er in een eiwitsupplement op zuivelbasis zitten, hoe beter de kwaliteit van de eiwitten.

Eigen Kracht, 8 oktober 2018.




Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.