|
|
|
Zo goed word ik nooit
'Ik zal het even voordoen', zegt Kropff. 'Goed opletten.'
'Ik let op', verzekert Breukink.
'Jongens en meisjes van de Studentenraad', zegt Kropff. 'We vinden het verschrikkelijk, maar we hebben geen andere keuze. Het kan echt niet anders. Zie je hoe ik in mijn handen wring?'
'Je wringt in je handen', bevestigt Breukink.
'Met een aanstormende boekhoudkundige ramp in het vooruitzicht zouden we eigenlijk de bestuursbeurzen moeten afschaffen. Maar, en daar hebben we keihard voor gevochten, we hebben het voor elkaar gekregen dat we het aantal beurzen alleen maar hoeven te reduceren.'
'De meester aan het werk', fluistert Breukink.
'Waar jullie die reductie vandaan halen, daar gaan wij ons niet mee bemoeien. Wij van het Bestuur hebben er geen verstand van. Wij weten niet wie beter is, SSR-W of Ceres. De echte experts, dat zijn jullie, jongens en meisjes van de Studentenraad. Zeg het ons maar. We varen blind op jullie oordeel.'
'Ze zelf laten kiezen wie moet ophoepelen', zegt Breukink. 'Wat gemeen. Zo goed word ik nooit.'
'Je kunt het ontwikkelen', zegt Kropff bescheiden.
'Zullen we de nieuwjaarsborrel nog een keer doen?', vraagt Breukink. 'Dan ben jij de Studentenraad.'
Kropff knikt.
Breukink haalt adem en steekt zijn kin naar voren. 'We moeten allemaal een stapje terug', zegt hij. 'Jullie van de Studentenraad krijgen dit jaar vijftig procent minder voor jullie nieuwjaarsborrel.'
'Maar doctor Breukink', zegt Martin Kropff. 'Hoe kunnen we van zo weinig geld nou een onbeperkt zuipfestijn bekostigen?'
'Van aanmaaklimonade en droge kaakjes is nog nooit iemand doodgegaan', zegt Breukink.
'Je wordt de eerste', zegt Kropff. 'Als je dat zegt.'
15.12.2005
|