|
Dijkhuizen: onderzoekers geven te snel hun mening
Weekblad voor Wageningen UR, ergens in 2003
Onderzoekers die zich uitspreken in de media moeten zich er beter van vergewissen dat zij voldoende deskundig zijn, vindt bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen. 'Het gebeurt te vaak dat er een journalist belt en iemand te gemakkelijk zijn of haar vakgebied te buiten gaat. Dat doet niemand goed: de betrokkene niet en de organisatie niet, en het onderwerp zelf ook niet.'
Dijkhuizen reageert op uitspraken van Vivre-coordinator George Beers die vorige week in Wb zei dat onderzoekers de belangen van de organisatie niet mogen schaden met hun bijdrage aan het maatschappelijk debat. Dijkhuizen stelt dat hij deelname aan het maatschappelijk debat erg belangrijk vindt, en dat dat de reden is dat Vivre er een speciaal project aan wijdt. Hij vindt echter ook dat onderzoekers zich niet te snel in het debat moeten mengen. Om meer impact te hebben moeten zij bij belangrijke maatschappelijke discussies eerst op zoek naar punten waarover wetenschappelijke consensus is.
De bestuursvoorzitter noemt het rapport over de toekomst van de pluimveehouderij als goed voorbeeld. Punten waarover geen consensus is kunnen wat hem betreft daarna in het openbaar worden bediscussieerd, maar onderzoekers moeten zich daarbij er wel van vergewissen dat zij daarvoor over de noodzakelijke deskundigheid
beschikken. 'Om een echte partij te zijn in het maatschappelijk debat is autoriteit en het hebben van gezag belangrijk. Dat verkrijg je alleen door het leveren van kwaliteit: weten waar je het over hebt.'
Dijkhuizen vindt dr Pieter Vereijken een voorbeeld van een onderzoeker die zonder voldoende inhoudelijke kennis het debat is aangegaan. De onderzoeker van Plant Research International voorspelde deze zomer dat de Nederlandse boer zal uitsterven en trok daarmee veel mediabelangstelling. 'Ik heb twee analyses gelezen over het verhaal van Vereijken. Een van Rudy Rabbinge,toch niet de eerste de beste, die in het Financieele Dagblad geen spaan heel liet van de methode van Vereijken. En een van George Beers die zegt dat de economische analyse geen enkele steun vindt onder economen. Alle reden dus voor de heer Vereijken om bij zichzelf te rade te gaan of hij voor dit onderwerp wel over de juiste kennis beschikt. Nu heeft hij zichzelf en de organisatie geen goed gedaan, en de 'buitenwereld' evenmin.'
Dijkhuizen vindt niet dat per se dwarse denkers nodig zijn om het debat aan te wakkeren. 'In het Wb van vorige week las ik de term 'dwarsdenker'. Maar dat een standpunt dwars is, geeft natuurlijk geen enkele garantie over de inhoudelijke kwaliteit. Wij zijn geen belangenvertegenwoordiger of politieke partij, maar een kennisinstelling, en ook nog een kennisinstelling die een topniveau nastreeft. Dan mogen we toch verwachten dat we bij het aangaan van een debat, kennis van niveau weten in te brengen.'
<<< Terug naar column
|