|
|
|
Ik moet nog veel leren
'Je hoort nog van ons', zegt Martin Kropff.
De slungelige student staat op en sloft naar de deur. Hij kijkt nog even naar de machtige mannen met wie hij zojuist heeft gesproken. Ik weet dat ik het niet ben geworden, zegt die blik.
'Streep maar door, Tijs', zegt Kropff.
'Pardon?', zegt Tijs Breukink. 'Dat joch is reteslim. Doet iets moleculairs. Haalt uitsluitend achten en negens. Houdt van abstracte kunst en jazz. Heeft een fotografisch geheugen... Met hem erbij winnen we die suffe quiz.'
'Waarschijnlijk wel', zegt Aalt Dijkhuizen. 'Maar hij is lelijk.'
Breukink knippert met zijn ogen. 'Tijs jullie niet begrijpen', zegt hij.
Meewarig schudt Kropff zijn hoofd. 'Tijs, Tijs, Tijs', verzucht hij. 'Wat weet je nog weinig. Hoe leg ik dat uit?'
'Probeer het eens zonder schemaatjes', suggereert Breukink.
'Wageningen is een universiteit, Tijs', zegt Kropff. 'En die universiteit moeten we promoten. Dat doenwe niet door een paar pukkelkoppen naar een quiz te sturen.'
'Als ze de vragen goed beantwoorden, waarom niet?', vraagt Breukink.
'Ons imago is een zaak van het hoogste belang', zegt Dijkhuizen streng.
'Precies', zegt Kropff. 'Mooie figuurtjes in strakke truitjes. Douchefrisse jongens met een stralende glimlach. Dat moeten we hebben. Weet je al wat voor swim suit model Delft in de strijd gaat gooien?'
'Ik moet nog veel leren', zegt Breukink.
'Dit is 2006, Tijs', zegt Kropff. 'Onthoud dat.'
Breukink knikt. '2006', herhaalt hij. 'Dit is 2006.'
'De volgende', roept Kropff.
De deur gaat open.
'Kijk nou toch', zegt Kropff. 'Hallo dan.'
'Kukeleku', zegt Breukink.
30.03.2006
|