|
|
|
Toneelstukje
'Eigenlijk hadden we al iets ingestudeerd', zegt Peter Booman. 'We zouden allemaal een T-shirt van onze kenniseenheid aantrekken en dan zouden we allemaal het podium oprennen. De directeuren voorop en de onderdirecteuren er achteraan.'
'Aha', zegt communicatiehoofd Annette van de Wetering.
'Alle directeuren van de kenniseenheden', zegt Booman. 'Tegelijk. Rennen. Zodat we laten zien hoe energiek en enthousiast we zijn. En dan zingen we met z'n allen iets over Wageningen. Op de wijs van Aan De Oever Van De Rotte.'
Van de Wetering onderdrukt een gaap. 'Leuk idee', zegt ze. 'Maar voor de WE-day hadden wij van het Bestuurscentrum iets anders in gedachten.'
'Aha', zegt Booman.
'Wij wilden eerst een groot ei op het podium zetten. Op een altaar in de vorm van het WUR-logo. Mist. Schijnwerpers dwalen over het podium en fixeren zich op het ei. Orgelmuziek. Spanning opbouwen. En dan: Krak! Het ei komt uit! Donderslag!'
'Kukeleku', zegt Booman.
'Aalt klimt uit het ei. Langzaam. We hebben hem helemaal goud geverfd, zodat hij schittert en blinkt en glimt. En terwijl alle schijnwerpers op hem gericht zijn heft Aalt zijn handen ten hemel. Een bazuin klinkt en het koor gaat zingen.'
'Toe maar', zegt Booman.
'En dan komt er een engel aan een koord naar beneden zakken, met een lauwerkrans in haar handen', gaat Van de Wetering door. 'Die zet ze op Aalts hoofd. Aalt kijkt het publiek aan, heft zijn rechterarm op en knipt in zijn vingers.'
'En dan?', vraagt Booman.
'En dan komen jullie het podium op rennen', zegt Van de Wetering.
22.04.2004
|