|
|
|
Zo'n mooi tapijt
'Bert, ik wil er nú in', zegt Martin Kropff, de fonkelnieuwe rector van Wageningen Universiteit.
'Maintenant?', vraagt Bert Speelman, de gewezen maar nog immer populaire rector, verveeld.
'Nú, Bert', herhaalt Kropff. 'Ik wil mijn ambtsketen en ik wil mijn kamer in. Doe de deur open. Ik ben rector, niet jij. En ik ruik sigarenrook. Wat ben je aan het doen?'
'Het is nog steeds míjn kamer, Man van Plant. Voor hoeveel euro heb je eraan laten verspijkeren, als ik vragen mag? Een halve ton?'
'Zoiets', zegt Kropff. 'Doe de deur open.'
'Misschien wel voor meer', zegt Speelman. 'Als ik zo naar dat tapijt kijk... Da's geen dingetje van de Ikea, Martin.'
'Je bent toch niet aan het roken, he?', zegt Kropff. 'Ik dacht dat je gestopt was.'
'Nergens een asbak te bekennen', moppert Speelman. 'Da's vragen om moeilijkheden.'
'Bert, heb het hart niet', zegt Kropff.
'Hè bah', zegt Speelman. 'Daar heb je het al.'
'Bert?', vraagt Kropff.
'Dit spijt me verschrikkelijk', zegt Speelman.
'Wat heb je gedaan, Bert?'
'Ik schrik er zelf van, Martin. Zo'n mooi tapijt.'
'O mijn god', zegt Kropff.
'Even een glaasje rode wijn voor de schrik', zegt Speelman. 'Ik heb hier gelukkig nog een mooie fles staan. Als ik nou maar niet mors.'
'Doe het niet', smeekt Kropff.
'Ik ben verschrikkelijk onhandig met die kurkentrekkers', zegt Speelman. 'Ik zit te piemelen met dat ding, dat wil je niet weten.'
'Weet je', zegt Kropff. 'Je mag blijven zitten. En je mag je ketting houden. Tot 1 september. Wat vind je daarvan?'
Aan de andere kant van de deur plopt een kurk.
24.08.2005
|