|
|
|
Predator
Vroeger werden tijdens de Algemene Introductiedagen mijn allerslechtste gevoelens wakker. De aanblik van honderden argeloze proto-studentes, die uitzwermden over Wageningen, was voldoende. Fris waren ze, jong en naïef, net jonge gazellen op de uitgestrekte vlakte van de Serengeti. Ravottend en onbewust van de gevaren der wildernis, die buiten hun bliksveld op hun sappige vlees aasden. Zoals de hongerige predator achter het rotsblok, dames en heren.
Dat bespottelijke overhemd. Dat hoofd! Is dat... is dat niet... Is dat niet de gevreesde...
Nee, het is hem niet. Niet meer, tenminste. Die tijd is voorbij.
Geen lustgevoelens meer tijdens de AID, alleen maar melancholie. De nieuwkomers worden alsmaar jonger en mooier, terwijl mijn hoofd alleen maar ouder, gerimpelder en grijzer wordt.
Het trieste restant van mijn jachtinstinct gebruik ik uitsluitend nog voor Konijn en Beer, de knuffels van mijn dochtertje. Ze neemt ze overal mee naar toe, verstopt ze op de meest idiote plaatsen en is dan 's avonds, als Konijn en Beer mee naar bed moeten, ten einde raad.
Gelukkig is pappie er ook nog. Daar hurkt hij bij de zandbak, beste kijkers. Hoort u hem steunen als hij door zijn knieën gaat? En grommen, als hij ontdekt dat hij in een boterham met chocopasta is gaan zitten? Toch hebben zijn nog immer scherpe zintuigen het oude roofdier niet bedrogen. Als hij emmertje opzijschuift, dan steekt daar een blauw konijnenoor onder het zand vandaan.
En dat dingetje daar, vlak ernaast, dat zou wel eens de poot van een speelgoedbeer kunnen zijn.
20.08.2003
|