|
|
|
Piep piep hoi
'Als je in de vooraanmeldingscijfers op vier studenten staat, dan vraag ik me af of zo'n nieuwe opleiding wel een goed idee is', zegt Aalt Dijkhuizen. Terwijl de voorzitter der voorzitters zijn handen wast, werpt hij in de spiegel een blik op rug van Wim Heijman. De Gemeenschappelijke Vergadering pauzeert.
'We zijn pas begonnen, Aalt', zegt de toonaangevende hoogleraar Regionale Economie, die zich moeite getroost om zijn schallend geklater te overstemmen. 'Bovendien kunnen we in dit cruciale stadium defaitisme missen als kiespijn.'
'Kiespijn is een alarmsignaal', zegt Dijkhuizen. 'Soms wordt het boren, soms heb je een wortelkanaalbehandeling nodig, en als het echt niet anders kan, dan moet de rotzak eruit.'
'Het wordt de breedste opleiding van Nederland', zegt Heijman.
'Voor klompendansen en Afrikaans trommelen heb ik geen geld over', zegt Dijkhuizen, zoekend naar een absorberend doekje.
'Grapje zeker', zegt Heijman. 'We geven ze speciale opleidingen in de natuurwetenschappelijke vakken. We leren ze werken in multidisciplinaire teams, en de taal te spreken van de natuurwetenschappen en de maatschappijwetenschappen. We leveren unieke specialisten af.'
'Dat is met vier studenten aan boord niet zo'n verschrikkelijk goede prestatie, relativeert Dijkhuizen.
'Van jou, de econoom met de meeste publicaties die de Leeuwenborch ooit heeft voortgebracht, valt me dit vies tegen', zegt Heijman. 'Ik dacht dat je onze opleiding zou steunen, ook al zijn we klein en niet groot. Een top-econoom word je niet zomaar. Dat zou jij toch moeten weten.'
'Je weet hoe je een man moet vleien, Calimero', zegt Dijkhuizen waarderend.
16.06.2005
|