|
|
|
Masterplan
De wind giert om de gebouwen van de organisatie van Concurrerend Natuurwetenschappelijk Onderzoek. Binnen, in de met marmer beklede directiekamer, zuigt Directielid Nummer Een - hij bekleedt zijn prominente positie binnen het CNO al zo lang dat alleen zijn secretaresse zijn echte naam nog kent - aan zijn sigaar.
'Dit keer gaat het werken', zegt hij, terwijl hij uitkijkt over de maquette van De Dreijen die voor hem is uitgestald.
Eerder waren agenten van CNO geinfiltreerd in de bestuurslagen van Wageningen UR, en hadden ze op slinkse wijze de ene na de andere desastreuze maatregel weten door te voeren. In enkele jaren tijd was de ooit zo geduchte concurrent van CNO veranderd in een kakelend bureaucratische kluwen die zo vaak van naam veranderde dat de Wageningers zelf niet meer wisten hoe hun werkgever heetten.
Maar honderd procent succesvol was de vijfde kolonne van CNO nooit geweest. Want met wat voor bezopen veranderplannen de infiltranten van CNO ook kwamen, het ziekteverzuim wilde maar niet boven de vijftien procent stijgen. De stroom proefschriften was nog steeds niet opgedroogd.
'Maar dit keer treffen we ze in het hart', zegt Nummer Een, en tikt de as van zijn sigaar af boven de kopie van het Biotechnion.
Mijn intelligentie is griezelig, denkt hij bij zichzelf. Wie anders zou op het idee zijn gekomen om de brandweer op de briljantste wetenschappers van Wageningen af te sturen?
Als de wind aanwakkert, slaan de waakhonden die op het terrein rondlopen aan. Nummer Een loopt naar het raam. 'Luister toch', zegt hij hardop. 'Ze maken muziek.'
28.11.2002
|