|
|
|
De manier waarop
'Zag hij je niet?', vraagt Aalt Dijkhuizen.
'Hij zegt van niet', antwoordt Tijs Breukink. 'Er zaten zoveel buitenlandse studenten in z’n cabrio dat hij niet meer in z'n achterruit kon kijken. Dus toen Hans van Medenbach de parkeerplaats afreed...'
'Kaboem', zegt Dijkhuizen.
'Frontaal tegen mijn gezinsmobiel', moppert Breukink.
'Wat moet je als directeur van Idealis dan ook met een auto vol buitenlanders?', peinst Dijkhuizen.
'Heb ik hem ook gevraagd. En weet je wat hij zei?'
'Nou?'
'Ik geef ze een lift naar de camping op Hoenderloo. Want door jullie schraperigheid is er voor hen geen woning in Wageningen.'
'Ja!'
'Dat zei hij. En het ergste was de manier waarop.'
Vragend kijkt Dijkhuizen zijn mathematische rechterhand aan.
'Alsof ik hem wat verschuldigd was. Alsof ik, Tijs Breukink, U tegen Hans van Medenbach moet zeggen. In plaats van andersom.'
'Tssss', zegt Dijkhuizen hoofdschuddend.
'Van Medenbach denkt dat er twee machtige mannen in Wageningen zijn', zegt Breukink. 'Aalt Dijkhuizen en Hans van Medenbach. En Tijs Breukink is volgens hem niet alleen verplicht om jouw hielen te likken, maar ook die van hem. Snap je?'
Dijkhuizen knikt.
'Die man respecteert mijn grenzen niet', mokt Breukink.
Zachtjes legt Dijkhuizen zijn hand op Breukinks schouders. 'Zolang ik het in Wageningen voor het zeggen heb, zijn de enige hielen die jij hoeft te likken die van mij, Tijs', zegt Dijkhuizen. 'En als jij wilt, dan cerealiseer ik dat suffe Idealis.'
'O Aalt', zegt Breukink ontroerd.
'Voor jou doe ik dat', zegt Dijkhuizen.
01.11.2008
|