|
|
|
Tot op de laatste man
'Waarom zou ik ergens mee zitten?', bitst Aalt Dijkhuizen.
'Nou', zegt Tijs Breukink, 'je bureau is omgegooid, je stropdas zit scheef, je raam is uit z'n sponningen geslagen en toen ik langs het gebouw liep vond ik dit.' Breukink overhandigt Dijkhuizen een rapport. 'Het lag tussen de glasscherven.'
'Ons tevredenheidsonderzoek van twee jaar terug', zegt Dijkhuizen.
'De conclusies zijn verontrustend', zegt Breukink.
'Dit rapport is oude koek, bemoeizuchtige Tijs. We gaan de tevredenheid opnieuw onderzoeken.'
'En wat gaat daar uitkomen, denk je?'
'Maakt niet uit', zegt Dijkhuizen grimmig. ‘Als blijkt dat de goegemeente nog steeds ontevreden is, dan onderzoeken we de goegemeente nog een keer. En daarna nog eens. En nog eens. We onderzoeken net zo lang totdat iedereen hier dolgelukkig is.' Dijkhuizen balt zijn vuisten. 'Tot op de laatste man.'
'Je zou natuurlijk ook de mensen wat meer vrijheid kunnen geven', zegt Breukink. 'Mensen zijn gelukkiger als ze dingen op hun eigen manier kunnen doen, zonder dat er een manager in hun nek staat te hijgen. En dat geldt natuurlijk ook voor wetenschappers.'
Dijkhuizen staart Breukink aan. 'Wie heeft je die onzin ingefluisterd, kaalhoofdig bloemenkind? Moet oom Aalt zich zorgen over je maken?'
'Het was maar een idee', zucht Breukink.
'Aan mensen met ideeen heb ik niks', zegt Dijkhuizen. 'Napraters heb ik nodig. Vink?'
'Een moderne organisatie heeft behoefte aan napraters, Tijs', zegt Simon Vink, de woordvoerder van de Raad van Bestuur. 'Aan mensen met ideeen hebben we niets.'
'En zo denkt iedereen er hier over', zegt Dijkhuizen. 'Ik hoor niet anders.'
08.06.2006
|