|
|
|
Klipgeit
'De ontvangst is niet goed, Aalt', zegt Bert Speelman. 'Ik glijd net de zwarte piste af. Vandaar.'
'Dat treft slecht, Bert', zegt Aalt Dijkhuizen. 'Ik kom zojuist uit de vergadering en...'
'Het kan zomaar zijn dat ik wegval', zegt Speelman. 'Maar dat komt door de bergen.'
'...en dan lees ik in de krant dat Wageningen Universiteit bindend studie-advies wil invoeren en...'
'Opzij, idioot!', roept Speelman. 'Dat was niet tegen jou, Aalt.'
'...en dat Wageningen Universiteit zo van zijn slecht presterende Chinezen af wil komen...'
'Dat hebben we mooi gedaan, Aalt. Eindelijk geven jij en ik die slappe jaren-zeventig-mentaliteit het nekschot. Wie niet werkt, zal ook geen rijst eten. Oeps. Schep ik me daar bijna een klipgeit.'
'...en nou sta ik naast Jos van Kemenade van onze Raad van Toezicht, en samen vragen wij ons af hoe dat bezopen bericht de wereld in komt.'
In Dijkhuizens toestel weerklinkt het geluid van een zich snel voortbewegende, in wintersportkleding gestoken man die abrupt in een partij semi-struikgewas tot stilstand komt.
'Bert?', vraagt Dijkhuizen.
'Ik ben er even bij gaan zitten, Aalt', zegt Speelman. 'Dat praat makkelijker. Ik zei dus: welke malloot verzint er nou zoiets? Waarom zouden wij al het moois van de jaren zeventig afbreken? Iedereen weet hoe belangrijk de toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor ons is. Ze moesten die populist het nekschot geven.'
'Het klonk heel akelig, Bert', zegt Dijkhuizen. 'Heb je je pijn gedaan?'
03.02.2005
|