|
|
|
Je dacht er niet bij na
'Ongetwijfeld vergis ik me', zegt Kees van Ast. 'Maar even dacht ik een melancholieke glimlach om je lippen te zien. Verbeelding, ongetwijfeld. Vergeef me.'
Bert Speelman, rector, charismaticus en beminnelijk mens, legt de Volkskrant weg. 'Ach vriend Kees', zegt Speelman. 'Door al die berichten over het Maagdenhuis komen de herinneringen weer bovendrijven.'
'Was jij...?', vraagt Van Ast.
'Waar moest ik anders zijn?', zegt Speelman.
'Jokkebrok.'
'Nu ben ik een wijs en machtig man, Kees. Maar in 1969 was ik jong, ik had vuur en passie en idealen. Ik wilde wat veranderen.'
'Welnee', zegt Van Ast. 'Ook toen jij jong was had jij geen idealen, Bert Speelman. Dat maak je mij niet wijs.'
'Ik luister niet naar je kleinzielige opmerkingen, Kees. Het waren de jaren zestig. Ik las Steppenwolf. Er stonden mensen op de maan.'
'En op tv had je Flipper', zegt Van Ast. 'Hoe ging dat liedje ook al weer? Daar heb je Flipper, Flipper...'
'En de ontruiming… Het is alweer bijna veertig jaar geleden, maar de kouwe rillingen lopen me nog over de rug. Ik zie me nog staan, pal voor de tank, met twee boodschappentassen in mijn hand. Yankee, go home, riep ik.'
'Waren er wel tanks bij het Maagdenhuis?', vraagt Van Ast zich af.
'Als je er achteraf over nadenkt, dan denk je: wat was dat gevaarlijk. Maar weet je wat het was?'
'Je dacht er niet over na', zucht Van Ast.
'Precies', zegt Speelman. 'Je deed het gewoon.'
10.03.2005
|