|
|
|
Indianenverhaal
'Aalt', zegt Tijs Breukink. 'Mijn onzin-instinct tinkelt.'
'Tijs', zegt Aalt Dijkhuizen. 'Het is nog erger dan ik dacht.'
De twee bestuurders zitten in een bomvolle collegezaal, waar honderden jonge en makkelijk beïnvloedbare intellecten aan de lippen van Anouk Brack hangen. Het succes van haar college Intuïtieve Intelligentie is zo groot, dat zelfs het Weekblad voor Wageningen UR er de pagina's 8 en 9 aan zal wijden.
'Toen Columbus Amerika ontdekte, stonden er indianen op het strand', zegt Brack. 'Ze zagen de schepen niet, alleen de golven om de schepen. De indianen kenden het concept 'schip' niet. Ze zagen Columbus en zijn soldaten pas toen die op het strand liepen.'
'Feitelijk is het beledigend, wat mevrouw Brack daar zegt', zegt Breukink. 'De indianen waren te achterlijk om een stapel drijvend hout te zien. Ze waren er conceptueel nog niet aan toe.'
'Niet zo hard, Tijs', zegt Dijkhuizen, en kijkt angstig om zich heen.
'Ze zien ons niet, Aalt', zegt Breukink. 'Deze spirituele massa heeft geen concept voor managers als wij.' De bestuurder wuift met zijn handen voor het gezicht van de student naast hem. 'Geen reactie', zegt Breukink. 'In de verheven wereld van liefdesenergie en pendels is geen plaats voor de platte machten die de wereld besturen. Zoals wij.'
Dijkhuizen draait zich om in de collegebanken en steekt zijn tong uit. Er gebeurt niks. 'Je hebt gelijk', zegt hij.
'Dit is goed voor ons, Aalt', zegt Breukink. 'Hoe meer studenten en onderzoekers hun intuïtieve vermogens ontwikkelen, des te beter. Als iedereen in de ban van Brack is, kunnen wij reorganiseren wat we willen. Niemand die het merkt.'
'Ik word er altijd een beetje opgewonden van, als je zo tegen me praat', zegt Dijkhuizen.
16.03.2006
|