|
|
|
Horror d'oeuvre
'Jij hebt wat?', roept Henk Prevaes. De anders zo goedgehumeurde directeur van Uitgeverij Cereales is boos. Hij is zelfs woedend. Maar de kaalgeschoren man voor hem doet alsof zijn neus bloedt. Dat kost Korne Versluis, de hoofdredacteur van het Wb, geen enkele moeite. De rechtse van de directeur is hard aangekomen.
'Ik znab nied waabom ik Wibbem geen eigen kobbum zou mogen geven', zegt Versluis.
'Omdat hij niet bij zijn hoofd is. Bijvoorbeeld.'
'Dat vabd weuze mee. Wibbem is een bedwokken cobbega.'
'Waarmee niemand kan opschieten. Altijd ruzie. Altijd gedonder. Die frustrant mag blij zijn dat hij bij ons over antioxidanten in rode wijn mag schrijven. En nu ga jij op de voorpagina van onze kwaliteitskrant etaleren dat we een malloot in onze redactie hebben. Mag ik je eraan herinneren dat ons contract met Wageningen UR nog steeds niet is getekend?'
'En mag ik jou ewwaan hewwinnewwen dad ik de hoofdwedacteuw van het Wb ben, en niet jij? Jij hebt hiew niks ovew te zeggen, Pwevaes. Het Wb is van mij. Van mij-mij-mij. En nied van jou.'
Prevaes staat op. 'We praten hier nog wel over', zegt hij, en loopt op de tast Versluis' kantoor uit, de gang op.
'Ik zie bijna niks meer, met die dichtgeslagen ogen', mompelt de directeur. Hij snapt echt niet wat er nou zo leuk is aan die puberstukjes van Koert. Zo flauw en op de man. Zo gemeen. Ze haalden het slechtste in de mens naar boven.
Nou even oppassen, denkt Prevaes bij zichzelf. Hier ergens moet het trapgat zijn.
02.09.2002
|