|
|
|
Goed fatsoen
'Toen we het hoorden, wisten we het meteen', zegt Aalt Dijkhuizen. 'We moeten wat doen, zeiden we tegen elkaar.'
'Lief van jullie', zegt Yvonne van Rooy sacherijnig.
De bestuursvoorzitter van de Universiteit van Utrecht opent de kartonnen doos die haar Wageningse collega zojuist met veel aplomb op haar bureau heeft gedeponeerd. 'Wat zijn dit?'
'Oude overalls', zegt Dijkhuizen. 'Onze medewerkers hebben ze spontaan ingezameld toen het nieuws over jullie deplorabele toestand bekend werd.'
'Ze ruiken een beetje raar', moppert Van Rooy.
'Maar in de winter zijn ze lekker warm', vindt Dijkhuizen. 'Wacht maar. En moet je eens kijken wat er op die overalletjes staat?'
'Een levensgroot WUR-logo', zegt Van Rooy bitter, nadat ze een overall op haar bureau heeft uitgevouwen.
'Merkkleding doet het altijd goed', weet Dijkhuizen.
'Ik weet niet hoe ik moet reageren', zegt Van Rooy, terwijl ze de overall met kracht terugfrommelt in de doos.
'Je hoeft niets te zeggen, Yvonne', glimlacht Dijkhuizen voldaan. 'Goed, bij ons wordt het misschien ook wat minder. Maar wij hebben altijd nog ons groeiende aantal studenten en...'
'...En een eigen ministerie dat altijd wel ergens geld vandaan tovert...', onderbreekt Van Rooy.
'...En dan is het toch een kwestie van goed fatsoen dat je je bekommert om een collega-universiteit die op het randje van het faillissement balanceert', voltooit Dijkhuizen. 'Ook al heeft die collega-universiteit in het nabije verleden geprobeerd om onze universiteit op te slokken, en bedrijven uit onze regio naar hun eigen Science Park gelokt.'
De Wageningse bestuurder houdt zijn hoofd een beetje schuin. Van Rooy kijkt Dijkhuizen strak aan. Als blikken konden doden was het deel van haar werkkamer waar de leider der leiders nu staat inmiddels in de as gelegd. De schade aan het vertrek is echter beperkt gebleven tot haar deurpost, waar precies op dat moment een houten kist met bruut geweld tegenaan wordt geschoven.
'Mijn sponningen!', briest Van Rooy. 'Aan splinters.'
'Een centimeter meer naar links', zegt Tijs Breukink. 'Ik zei het nog.'
'Deed ik', protesteert Martin Kropff.
'Jouw links', zegt Breukink. 'Ik bedoelde mijn links.'
'En daar komen de voedselpakketten', zegt Dijkhuizen.
01.07.2009
|