|
De mobiliteit van Booman
Weekblad voor Wageningen UR, ergens in 2005
Waar dr Peter Booman komt, komt een reorganisatie. Nadat hij het facilitair bedrijf en het bestuurscentrum (twee maal) onder handen had genomen, was hij de laatste jaren medeverantwoordelijk voor de reorganisatie van de kenniseenheid Plant. En nu is Booman hoofd van het mobiliteitscentrum van heel Wageningen UR. Dat moet de 750 mensen die de komende jaren hun baan verliezen aan nieuw werk of een vertrekregeling helpen. Een portret van de meest ervaren reorganisator van Wageningen UR.
Reorganiseren. Het is een woord dat Booman zelf nooit in de mond zal nemen. Hij spreekt over herpositioneren, herijken, mobiliteitsbevordering of verzin het maar, als het maar niet over reorganiseren gaat. Bij een formele reorganisatie moeten de vakbonden immers instemmen, en bovendien gelden allerlei strenge voorschriften uit de CAO. Nergens staat echter dat je mensen geen andere baan mag aanbieden. Zolang het vrijwillig gebeurt, hoef je niet met bonden om tafel en gelden al die regeltjes niet. Bij de kenniseenheid Plant maakte de directie bijvoorbeeld afspraken met de ondernemingsraad in de vorm van een convenant.
En eerlijk is eerlijk. Booman boekt successen met deze aanpak. Het ministerie van LNV heeft steeds minder geld voor het plantkundig onderzoek. De kenniseenheid ziet de omzet dan ook sneller teruglopen dan andere eenheden en moest honderden banen schrappen. Maar waar Alterra miljoenentekorten rapporteert en het instituut A&F zelfs lijkt te verdwijnen, houden Booman en algemeen directeur prof. Martin Kropff de verliezen bij Plant beperkt. 'Ondanks de zware tijden blijft er energie in de organisatie. Dat is knap', complimenteerde bestuursvoorzitter dr Aalt Dijkhuizen het management van Plant onlangs.
'In het begin was hij wel erg star', herinnert de oud-voorzitter van de medezeggenschapsraad van het bestuurscentrum drs Rob van Heusden zich. Booman joeg vooral de universitaire medewerkers tegen zich in het harnas door de prikklok in te voeren. Toen er op last van Booman een koffiecorner op elke verdieping van het bestuurscentrum kwam, werd er gefluisterd dat dat vooral was om te voorkomen dat de medewerkers te lang koffie zouden drinken in de kantine. Booman was een kille ambtenaar.
Dat beeld kleeft nog steeds aan hem. 'Koel, dat lijkt me de beste omschrijving' zegt vakbondsman dr Dick Verduin, die regelmatig met Booman aan de onderhandelingstafel zit. 'Hij weegt ieder woord op een goudschaaltje. Je denkt dan te begrijpen wat hij bedoelt, maar als je hem er later aan herinnert zegt hij: dat heb ik niet gezegd, ik heb dat en dat gezegd. Waarna hij woordelijk herhaalt wat hij zei.'
Bij de laatste reorganisatie van het bestuurscentrum kregen de medewerkers van de afdeling communicatie binnen een week twee brieven op de mat. Eerst een felicitatie waarin het afronden van een reorganisatie - of liever: herstructurering - werd aangekondigd. En twee dagen later een brief waarin een nieuwe 'herijking' werd aangekondigd. Om van uit je vel te springen, hielden de medewerkers Booman voor. Maar die legde geduldig uit dat hij echt het beste met hen voor had. Met de eerste brief was de rechtspositie van de medewerkers zeker gesteld. En die nieuwe herijking was al vier jaar geleden afgesproken, dat wist iedereen. Van Heusden: 'Het klopte allemaal precies, maar het voelde helemaal verkeerd.' 'Dat is zijn zwakke punt,' zegt Verduin. 'Het gevoel voor de tegenpartij ontbreekt.'
Wie Peter Booman tegenkomt, ziet niet meteen het toonbeeld van de typische verandermanager. Geen luide stem, geen flamboyant pak, maar een wat timide man in gedegen kantooroutfit. Geen Pim Fortuyn, meer een Jan Peter Balkenende.
Booman maakte een snelle carriere in het management van DLO. Hij studeerde Zootechniek in Wageningen en was tijdens zijn studietijd lid van de hogeschoolraad voor de Christen Studenten Fractie. Na zijn afstuderen promoveerde hij op een onderzoek naar embryotransplantatie bij koeien. Als interim-directeur van het instituut voor veeteeltkundig onderzoek in Zeist, een voorganger van de Animal Sciences Group, was hij nauw betrokken bij het onderzoek dat leidde tot de eerste genetisch gemanipuleerde stier, Herman. In 1993 stapte hij over naar de centrale afdeling onderzoeksstrategie van DLO. Vijf jaar later werd hij de eerste directeur van het bestuurscentrum van Wageningen UR en leidde hij de samenvoeging van de centrale staven van universiteit en DLO. Drie jaar geleden werd hij benoemd tot directeur bedrijfsvoering van de kenniseenheid Plant.
'Koel? Ja, daar kan ik me wel wat wel bij voorstellen', zegt Evert Jacobsen, als directeur wetenschap bij Plant tot een half jaar geleden collega-directeur van Booman. 'Hij komt nogal zakelijk over ja. Maar als collega vond ik hem een prettig figuur.' Achter de schermen is Booman warmer dan hij publiek overkomt, vindt ook Wies Leer, kersvers hoofd personeelszaken van de Plant Sciences Group. 'Ik snap wel waarom mensen zeggen dat hij kil is. Hij loopt niet weg als er slecht nieuws verteld moet worden. Dan staat hij er en vertelt het verhaal. Maar zeker in persoonlijke gesprekken met personeelsleden is hij niet kil. Hij heeft juist veel begrip voor de persoonlijke situatie van medewerkers.'
Dat Booman geschikt is voor zijn nieuwe klus wordt door niemand betwijfeld. Hij is rechtlijnig, afspraak is afspraak, en hij heeft in de loop van de jaren een schat aan ervaring opgebouwd. Daarbij is hij een dossiervreter met een ijzeren geheugen. Leer: 'Hij heeft zowel oog voor de grote lijnen als voor de details. Als hij hoort dat er bij een afdeling iemand op zoek is naar een nieuwe baan, weet hij dat een jaar later nog als hij een personeelsadvertentie ziet.' Evert Jacobsen: 'Waar Peter goed in is, is het zien van de key issues en bovenal het budget in de gaten houden. Als je een vacature hebt moet je van heel goede huize komen om aan te tonen dat er niemand in de organisatie beschikbaar is.'
'Wat je hem zeker na moet geven is zijn gevoel voor rechtvaardigheid', zegt criticaster Verduin. 'Hij is altijd te goeder trouw. Hij is zeker niet geslepen, en bedoelt het altijd goed.' 'Precies', valt van Heusden bij. 'Toen ik voorzitter was van de medezeggenschapsraad van het bestuurscentrum, was Booman tegelijk mijn directe baas. Maar hij wist dat goed te scheiden. Heel conscientieus. Bij conflicten deed hij ook altijd aan hoor en wederhoor. Niet zomaar klakkeloos het verhaal van de chef geloven.'
'Als ik ooit ontslagen moet worden, dan mag hij het doen', stelt iemand anders zelfs. 'Maar zet mijn naam er niet bij als je dat opschrijft'.
<<< Terug naar collumn
|