|
Opgepoetst | 29-9-2019 Na vier dagen behandeling met antibiotica zijn ziektekiemen in kip al resistent
Gevaarlijke resistente bacterien, die opgewassen zijn tegen antibiotica, duiken sneller op dan onderzoekers vermoedden. Dat ontdekten Wageningse dieronderzoekers in Lelystad. Nadat ze een veelgebruikt antibioticum aan kippen hadden gegeven, zaten die na enkele dagen al vol resistente bacterien.
"Resistentie is natuurlijk geen nieuw probleem", zegt dr Dick Mevius van het Centraal Instituut voor Dierziekten Controle (CIDC). "We weten al sinds 1990 dat bacterien in dieren die veel antibiotica krijgen resistent voor de antibiotica kunnen worden, en vervolgens misschien een gevaar vormen voor mensen."
In praktijken van artsen duiken steeds vaker infecties van resistente super bugs op. Niet zelden vermoeden onderzoekers dat de organismen zijn ontstaan in de landbouw, waar fabrikanten tot voor kort antibiotica als groeibevorderaar toevoegden aan veevoer.
"Toen die link duidelijk werd, heeft de EU ingegrepen en het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar verboden", zegt Mevius. "Maar als medicijn tegen ziekten zijn antibiotica nog toegestaan."
In Lelystad onderzocht Mevius met dr Michiel van Boven de effecten van enrofloxacin, een antibioticum dat bacterien doodt door hun deling te blokkeren. "Enrofloxacin kwam pas in de late jaren tachtig op de markt", zegt Mevius. "Het is verwant aan antibiotica die artsen voorschrijven aan mensen."
Omdat ze wilden onderzoeken hoe snel bacteriepopulaties ontstaan die resistent zijn tegen het antibioticum gaven de onderzoekers het middel aan acht kippen die geen contact met elkaar hadden. De kippen hadden allemaal ongeveer dezelfde bacterieflora in hun darmen. De onderzoekers namen dagelijks monsters van de mest om de ontwikkelingen in de darm te volgen.
"We hadden de dosis ingesteld om de bacterie Escherichia coli te bestrijden", zegt Michiel van Boven. "Dat lukte, zag je al binnen een paar dagen. Resistente E. colis konden we niet vinden. Maar van een andere bacterie vonden we die resistente organismen wel."
Dat gebeurde bij de Campylobacter jejuni, een bekende plaaggeest in de levensmiddelenindustrie. Binnen twee tot drie dagen staken de resistente Campylobacters de kop op, en na vier dagen domineerden ze de darmflora. Uit analyse van het DNA van de bacterien bleek dat het ging om twee verschillende stammen, die overigens wel allemaal een mutatie in hetzelfde gen hadden.
"Het idee bestaat dat resistente populaties ontstaan in grote groepen van kippen, waarin ze van de ene kip op de andere overspringen", zegt Van Boven. "Maar dat is helemaal niet nodig, blijkt uit dit onderzoek. Resistente populaties kunnen ook ontstaan in individuele kippen."
"Resistente bacterien zijn altijd aanwezig", zegt Mevius. "Het gaat onder normale omstandigheden om mutanten die in kleine aantallen voorkomen. Maar als de omstandigheden gunstig voor ze zijn, nemen ze in korte tijd in aantal toe."
In een gram kippenmest, verduidelijkt Mevius, zitten toch al snel een miljard Campylobacters. "De kans dat er een mutant in een individuele kip zit is vrij groot."
"Een dosis antibiotica kan de ene bacteriepopulatie doeltreffend bestrijden zonder dat resistente mutanten oostaan, maar tegelijkertijd in een andere bacteriepopulatie zorgen voor een toename van het aantal bacterien met resistenties", zegt Van Boven.
"Zeker omdat het hierbij gaat om een geneesmiddel waarvan ook varianten voor de mens bestaan, is het de moeite waard dit verder te onderzoeken", vult Mevius hem aan.
Dat vervolgonderzoek staat inmiddels op stapel. Dit keer zullen de onderzoekers kijken naar verschillende doseringen antibiotica en verschillende groepen kippen, die de omstandigheden in de pluimveehouderij dichter benaderen.
Het onderzoek verschijnt binnenkort in het Journal of Antimicrobial Chemotherapy.
Weekblad voor Wageningen UR, 18 september 2003.
|