Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 5-12-2018

Hormoonmaffia wordt genmaffia

Dopingjagers denken dat de eerste gentechnologisch veranderde topsporters binnen een paar jaar hun opwachting zullen maken. Zal de hormoonmaffia dit voorbeeld volgen en vee gaan opvoeren met 'gendoping'? De clandestiene potenties van een experimentele technologie.

Naar het eerste deel van dit artikel >>>

Ondergronds
Die virussen maken de toekomstige gendoping bij sporters - en genetische groeibevorderaars bij vee - een riskante aangelegenheid. Dat blijkt uit het rapport 'Genetische doping', dat is geschreven door de Groningse farmacoloog prof. Hidde Haisma en het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken.

Het rapport, dat is geschreven na kamervragen, gaat er vanuit dat het inbrengen van nieuwe genen veilig is als dat door artsen gebeurt. Maar als ondergrondse laboratoria stukjes DNA in virussen gaan plakken, dan is de kans op een foute afloop niet denkbeeldig.

Als gentechnologen virussen verbouwen, werken ze soms met agressieve soorten virussen. De kostbaarste stap in het productieproces van genpreparaten is, net als bij andere farmacologische middelen, de zuivering. Bij clandestien geproduceerde recreatieve drugs of dopingmiddelen komt het geregeld voor dat die zuiveringsstap niet deugt, waardoor die middelen extra riskant worden. Misschien zitten de originele virussen er nog in. Of misschien zijn er in het productieproces virussen ontstaan met nieuwe en ongewenste eigenschappen. En misschien ontstaan er in de ondergrondse laboratoria zelfs epidemieen.

'Als je virussen gaat versleutelen kun je nooit precies voorspellen wat er gebeurt', zegt dr Dick Peters van de leerstoelgroep Virologie van Wageningen Universiteit. 'Er gebeuren vaak dingen die we niet snappen. Daarom moeten wij werken volgens allemaal veiligheidsprotocollen. En als je weet wat er allemaal mis kan gaan, dan is dat terecht. Kijk maar naar die Australische onderzoekers, die vier jaar geleden vertelden dat ze per toeval een gevaarlijk virus hadden gemaakt.'

Deze onderzoekers hadden een gen dat cellen meer van het ontstekingseiwit interleukine-4 laat aanmaken geplakt in een virus dat de muizenpokken veroorzaakt, in de hoop dat het muizen minder vruchtbaar zou maken. Als het zou werken, hoopten de Australiers, dan was het virus misschien een milieuvriendelijke en humane manier om knaagdierplagen te bestrijden. Tot hun stomme verbazing legde het nieuwe virus het immuunsysteem van de dieren lam, en roeide het in recordtijd de populatie proefdieren van de onderzoekers uit.

Leukemie
Een ander voorbeeld is dat van een Frans experiment met jonge kankerpatienten die waren geboren met een genetisch defect. Pogingen om het defect te verhelpen faalden omdat het virus zijn stukje genetisch materiaal op de verkeerde plek plakte, en de patientjes leukemie kregen. Door hun afwijking waren ze trouwens ook overleden als ze geen genvirus gekregen zouden hebben.

'Dit soort onderzoek gebeurt erg zorgvuldig', zegt Peters. 'En toch gaat het nog soms mis, ondanks alle voorzorgsmaatregelen. Als malloten hiermee gaan experimenteren in ondergrondse laboratoria houd ik mijn hart vast. Dit kan zo makkelijk fout gaan. Dit is een ontwikkeling waar tegen we ons uit alle macht moeten verzetten.'

Als veterinaire onderzoekers en hormoonjagers daar ernst mee willen maken, dan kunnen ze misschien veel tijd, geld en moeite besparen als ze eerst eens hun licht opsteken in de sportwereld. Daar overleggen onderzoekers als Lee Sweeney nu al een paar jaar met dopingjagers over manieren om gendoping te bestrijden - en daar zijn interessante dingen uitgekomen.

Opsporing
'In Nederland werkt de overheid nu aan richtlijnen voor gentherapeutisch onderzoek', zegt drs Olivier de Hon, wetenschappelijk adviseur van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken en co-auteur van 'Genetische doping'. 'Toen we ons met gendoping bezig gingen houden bleek dat de onderzoeksinstellingen geen rekening hielden met de mogelijkheid dat kwaadwillende mensen de faciliteiten misbruikten.'

De mondiale dopingautoriteit Wada organiseert bovendien symposia en congressen waar de onderzoekers op dit gebied elkaar kunnen ontmoeten en informatie uitwisselen. Maar hoe je gendoping zou moeten opsporen, daarover tast tot nu toe iedereen in het duister.

'Volgens Sweeney is het niet mogelijk', zegt De Hon. 'De stoffen die het organisme gaat aanmaken na genetische interventie zijn identiek aan de natuurlijke stoffen. De hoop in de sport is op dit moment gevestigd op de proteomics. Dat houdt in dat we van sporters de aanmaak van alle relevante eiwitten gaan monitoren zodat we kunnen zien wanneer er iets gebeurt wat niet mogelijk is. Maar daar moet ik meteen bij zeggen dat niet iedereen in proteomics gelooft.'

Gelukkig is er nog tijd, zegt De Hon. 'Wij geloven bijvoorbeeld niet dat er op dit moment al sporters zijn die gendoping gebruiken. De techniek is er niet ver genoeg voor ontwikkeld. Als een humane sporter de bestaande technieken zou gebruiken, zou hij misschien ziek van worden, maar zeker niet beter gaan presteren.'

Weekblad voor Wageningen UR, 14 oktober 2004.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.