|
Opgepoetst | 2-2-2021 Deze spiervezeltypes heb je | En zo kun je ze trainen
Het maakt niet uit of je bankdrukt met een gewicht dat zwaarder is dan jij, of knippert met je ogen. Elke beweging die je maakt is gevolg van samentrekkende spiervezels. Je hebt drie types spiervezel, die je elk op een andere manier sterker en sneller kunt maken.
Type 1
Type 1-vezels hebben bovendien een goed ontwikkeld bloedvatenstelsel, dat ze voorziet van zuurstof en brandstof. Aan die bloedvaten hebben deze spiervezels hun rode kleur te danken. Maar snel samentrekken kunnen langzame spiervezels niet. En sterk zijn ze ook niet.
Je kunt deze spiervezels trainen door krachttraining. Je moet dan wel met een licht gewicht trainen waarmee je tientallen herhalingen kunt maken. Je houdt de rustperiodes tussen je sets kort.
Type II
Je hebt meerdere type II-spiervezels.
Type IIa
Je kunt deze spiervezels trainen met korte, intensieve en vooral snelle bewegingen. Met korte sprints bijvoorbeeld, of door plyometrische oefeningen als jump-squats.
Type IIx Dit spiervezeltype gebruik je voor de bijzonder korte explosieve bewegingen die maximale kracht vergen. Als je gaat bankdrukken met meer dan je lichaamsgewicht bijvoorbeeld.
Je kunt deze spiervezels trainen met krachttraining met zware gewichten, waarmee je sets van hooguit 4-8 herhalingen kunt maken. Tussen je sets neem je 1-2 minuten rust.
Ormea Krachtbulletin, maart 2012.
|