WillemKoert.nl

Over mij | Artikelen | Blogs | Contact

m e e s t - r e c e n t

En ik dan? (18.02.2010)
Standje drie (10.02.2010)
In de steek gelaten (27.01.2010)
Blij dat ik wegga (14.01.2010)
Wat doet Tijs nu? (11.01.2010)
Wij gaan een eindje vliegen (23.12.2009)
No problemo (09.12.2009)
Zo ga je niet met vrouwen om (02.12.2009)
Ik ben bang dat u gelijk heeft (27.11.2009)
Zo'n kans (19.11.2009)
Onzin, natuurlijk (31.10.2009)
Ik dwing respect af (21.10.2009)
Dat zeggen ze (07.10.2009)
Dat hoort bij Martins functie (01.10.2009)
Niet zo brutaal (23.09.2009)
Grapjas (17.09.2009)
Wat schrijven ze? (09.09.2009)
Nog fantastischer (02.09.2009)
Voor het oprapen (27.08.2009)
Prima donnamentaliteit (20.08.2009)
Weer geen kollum (16.07.2009)
Geen kollum (08.07.2009)
Goed fatsoen (01.07.2009)
Tijs is gewoon eerlijk (25.06.2009)
Borst vooruit, man (18.06.2009)
Wil je ergens heen? (10.06.2009)
Maar gelukkig is daar Aalt (03.06.2009)
Dos van de dertien (27.05.2009)
Ho even (20.05.2009)
Eén woord, Versluis (14.05.2009)
En netjes dat het hier is (07.05.2009)
Je ziet ze niet elke dag (29.04.2009)
Haring roept maar wat (22.04.2009)
Kroelieboelie (15.04.2009)
Dichter bij de muziek (08.04.2009)
Waarom wij vrolijk doorgaan (01.04.2009)
Een, ehm, zekere consolidatie (25.03.2009)
Wij zijn vrienden (18.03.2009)
Heel, heel gevoelig (11.03.2009)
Je kijkt dwars door me heen (04.03.2009)
Is dat niet goed? (25.02.2009)
Dat ben ik (18.02.2009)
Heerlijke vrouw (11.02.2009)
Ze blazen Zodiac op (04.02.2009)
De week van de RvB (28.01.2009)
Alles draait (21.01.2009)
Nervus vagus (14.01.2009)
WUR-wolf (07.01.2009)
Harde knip (00.01.2009)
[Jaar 6 | 2008]
[Jaar 5 | 2007]
[Jaar 4 | 2006]
[Jaar 3 | 2005]
[Jaar 2 | 2004]
[Jaar 1 | 2003]
[Jaar 0 | 2002]

Aanpak werkdruk DLO staat nog in kinderschoenen

Weekblad voor Wageningen UR, 6 februari 2003

Ruim twee jaar naar na verschijnen van het zorgwekkende TNO-rapport over werkdruk bij DLO-instituten is nog weinig gedaan om werkdruk te verminderen. De aanpak van de werkdruk wordt bemoeilijkt door organisatorische problemen. De instituten die te weinig maatregelen hebben genomen worden binnenkort door de raad van bestuur aangesproken op hun verantwoordelijkheden.

Sommige instituten hebben na uitkomst van het rapport in 2001 concrete maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen. Maar bij andere instituten, zoals het landbouweconomisch instituut LEI en visserij-instituut Rivo, is pas sinds kort begonnen met de aanpak van de werkdruk. Binnen het instituut voor dierhouderij en diergezondheid ID-lelystad is nog nauwelijks actie ondernomen. 'Ik kan niet zeggen dat er instituten zijn die er niks aan doen, maar er is wel een groot verschil in snelheid', zegt Rinus Tazelaar van de afdeling Human Resources Management (HRM) van Wageningen UR.

Bij het instituut voor voedselveiligheid Rikilt viel de werkdruk volgens Tazelaar sowieso al mee. Op de goede weg zijn het instituut voor de groene ruimte Alterra, het instituut voor agrotechnologisch onderzoek ATO en het instituut voor milieu- en agritechniek Imag.

Het was de bedoeling dat de instituten aan de slag zouden gaan om concrete symptomen, zoals die in het TNO-rapport naar voren kwamen, te bestrijden. Vaak lag een onduidelijke organisatiestructuur en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden ten grondslag aan de symptomen. Die onduidelijkheid werd veroorzaakt door privatisering van de DLO-instituten en het samengaan met Wageningen Universiteit, en werd nog versterkt doordat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij meer afstand nam.

Dat ruim twee jaar naar na verschijnen van het rapport bij een aantal instituten nog weinig is gedaan om werkdruk te verminderen komt volgens Tazelaar doordat het samengaan met Wageningen niet altijd soepel verliep en er nog steeds veel onduidelijkheid heerst over taakverdelingen. 'De implementatie van het bestuurlijk model gaat niet van de een op de andere dag. Er is een aantal instituten waar de integratie met Wageningen Universiteit erg veel aandacht vraagt.'

Een van de instituten waar nog weinig actie is ondernomen om de werkdruk te verminderen is ID-Lelystad. Volgens het TNO-rapport gingen hier leidinggevenden gebukt onder hoge taakeisen en was er sprake van onduidelijke normen en kwaliteitseisen. Ook was er onvoldoende mogelijkheid om marktgericht te werken. Maar de grootste problemen hadden te maken met een onduidelijke organisatiestructuur. Dat bij ID-Lelystad een adequaat antwoord op het TNO-rapport uitblijft ligt volgens Tazelaar aan die organisatorische problemen. Tazelaar: 'En met alle dierziekte-ellende was het primaire proces hoogbelast.'

Een instituut dat pas sinds kort probeert de werkdruk te verlagen is visserij-instituut Rivo. Hier bestonden de problemen onder andere uit hoge taakeisen van wetenschappelijk onderzoekers, onvoldoende ondersteuning in het werk, een onevenwichtige taakverdeling en het niet delegeren van werk. Onderzoekers ervoeren een hoge werkdruk omdat ze hun taken niet konden delen. Tazelaar: 'Bij het Rivo waren de verantwoordelijkheden niet altijd duidelijk.' Een nieuwe directie probeert nu de verhoudingen en de werkverdeling binnen de staf van het Rivo te verduidelijken.

Anja Engels, HRM-adviseur van het Rivo noemt een aantal acties dat is ondernomen om de werkdruk te verminderen. Zo werd besloten de afdeling Milieu, kwaliteit technologie en voeding te splitsen in twee afzonderlijke afdelingen, om de werkverdeling overzichtelijker te maken voor leidinggevenden. Om meer inzicht te krijgen in de werkverdeling begon het Rivo afgelopen zomer met het organiseren van zogenaamde masterclasses. Hierin volgen medewerkers een trainingstraject waarna bepaald kan worden of ze wel op de goede plek zitten. Engels: 'En voor het eerst komt er een ook jaarplan. Dit gebeurt allemaal om meer duidelijkheid te krijgen.'

Volgens Tazelaar is ook het LEI pas sinds kort klaar om actie te ondernemen. De belangrijkste oorzaken van werkdruk waren hier de hoge taakeisen bij leidinggevenden, onvoldoende informatie over de organisatiestructuur, onduidelijke normen en kwaliteitseisen en onvoldoende mogelijkheid om marktgericht te werken. Tazelaar denkt dat in de loop van de komende maanden onder leidinggevenden een inventarisatie van de problemen zal worden gehouden.

Bij Plant Research International (PRI) en Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) wordt door een werkgroep vanuit de kenniseenheid Plant aan het probleem gewerkt. Volgens Marie-Louise van den Munckhof, van de afdeling personeel en organisatie van PPO, werd gewacht tot ook het TNO-onderzoek over PPO was afgerond.

Bij PRI zijn wel 'wat korte acties' in gang gezet, maar nu zullen de problemen breder worden aangepakt. Binnen PPO wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een training voor medewerkers, waardoor deze uiteindelijk meer gericht moeten werken. Ook worden resultaat- en ontwikkelingsgesprekken ingevoerd als vervanging van het functioneringsgesprek. In een dergelijk gesprek wordt het functioneren en de ontwikkeling van een medewerker besproken, alsook de relatie met de leidinggevende en de behaalde resultaten. De gesprekken vormen onderdeel van het competentiemanagement waarvan Tazelaar denkt dat het van groot belang is voor het verminderen van de werkdruk.

Over het algemeen staan de acties tegen de werkdruk nog in de kinderschoenen. Dat is niet zo vreemd, vindt Tazelaar, want de directieraden zijn nog niet zo lang bezig en werden opgezadeld met een lastige erfenis. Voordat directies dan ook afgerekend kunnen worden op slechte resultaten in de aanpak van werkdruk moet eerst duidelijk worden waar de verantwoordelijkheden liggen. Tazelaar: 'De nieuwe directieraden werden overspoeld met andere kwesties die aandacht vragen, dat heeft de zaak vertraagd. Op de tweede plaats zorgen de verschillende symptomen ervoor dat je de zaken niet zomaar even oplost. Die vragen een grondige voorbereiding.'

<<< Terug naar column