WillemKoert.nl

"That which doesn't kill me only makes me stranger "

over mij

/

klanten

/

stukjes

/

onderzoek

/

contact

/

31.10.2009

Onzin, natuurlijk

‘Doen we eens een keer ons best voor de goegemeente…’, moppert Aalt Dijkhuizen.

‘…En moet je eens kijken wat er gebeurt’, voltooit Tijs Breukink. ‘De gemeenteraad staat op z’n achterste poten.’

‘En waarom?’, vraagt Dijkhuizen retorisch.

‘Omdat we een stuk van het Arboretum willen volbouwen’, zegt Breukink. ‘En verder nergens om. Bah.’

Verstoord kijkt Dijkhuizen van zijn mathematische rechterhand naar de rijzige man, die samen met de twee WUR-bonzen door het herfstige Arboretum wandelt.

‘Tijs!’, exclameert Dijkhuizen. ‘Zeg niet zulke rare dingen. Wat moet meneer Rijkman niet van je denken?’

‘Dijkman’, corrigeert Loek Dijkman. ‘Loek Dijkman.’

‘Tijs maakt een geintje, Loek’, zegt Dijkhuizen.

‘Ik hoop het’, zegt de schatrijke filantroop terwijl hij verrukt om zich heen kijkt. ‘Wie deze prachtige plek wil volbouwen is niet goed bij z’n hoofd.’

‘Hij moest eens weten wat een paar villa’s betekenen voor de vierkante meterprijs die wij hiervoor gaan incasseren’, fluistert Breukink tegen Dijkhuizen.

‘Dus jullie hebben problemen met de gemeente?’, vraagt Dijkman.

‘De raad, een handjevol hoogleraren en wat andere lastpakken maken zich boos over het hek dat we hebben geplaatst’, zegt Dijkhuizen. ‘Het hek dat het stuk van het Arboretum omsluit dat wij van WUR samen met jou gaan onderhouden.’

‘Dat ik ga onderhouden’, corrigeert Dijkman.

‘De verontruste heren en dames zijn bang dat we in het niet-omheinde stuk stiekem huizen gaan neerzetten’, klaagt Dijkhuizen. ‘Ze hebben ons in de gemeenteraad in de beklaagdenbank gezet.’

‘Dat van dat bouwen is onzin, natuurlijk’, zegt Breukink. ‘We moeten eerst die vijver dichtgooien voordat we gaan heien. Dat lukt heus niet stiek....’

Met een van pijn verbeten gezicht valt Breukink stil. Dijkhuizen heeft hem tegen zijn schenen geschopt.

‘Pardon’, hijgt Breukink. ‘Het is eigenlijk geen vijver, maar een waterberging.’

‘Ik had het hele Arboretum voor jullie willen onderhouden’, zegt Dijkman. ‘Jammer dat jullie andere plannen hebben.’

‘Hebben we niet’, jokt Dijkhuizen, die zijn arm vriendschappelijk om Dijkman slaat. ‘Samen met jou willen we dit fraaie gebied bewaren voor latere generaties. We hebben niet voor niks van Hinkeloord een museum gemaakt.’

‘Ik ben blij dat ik Hinkeloord van jullie heb kunnen kopen’, zegt Dijkman. ‘Het was een dure grap, maar ik hou van kunst. En ik doe graag nuttige dingen met mijn kapitaal.’

‘En waarom denk je dat we ervoor hebben gezorgd dat De Banaan en al die andere waardevolle gebouwen in het Arboretum behouden blijven?’, vervolgt Dijkhuizen. De machtige bestuurder vleit zijn hoofd tegen de schouder van de vermogende filantroop.

‘Ook dat was een rib uit mijn lijf’, zegt Dijkman. ‘Maar ik droom ervan om er een natuur-historisch museum van te maken, dat jonge mensen leert hoe groot de waarde van de natuur precies is.’

‘Maar de dames en heren moddergooiers in Wageningen zijn niet geďnteresseerd in al die moeite die jij en ik ons getroosten om Wageningen mooi te houden’, zegt Dijkhuizen bitter. ‘De zuurpruimen klagen aan één stuk en wijzen met hun beschuldigende vinger naar mij. Ze moesten eens weten hoe hard ik m’n best doe voor het Arboretum.’

‘Tsja’, zegt Dijkman.

‘Samen met jou’, zegt Dijkhuizen snel.