|
"That which doesn't kill me only makes me stranger "
|
|
||||||||||||||
08.04.2009 |
|
|
Dichter bij de muziek
‘Dit betekent veel voor mij’, fluistert Martin Kropff. ‘Dat ik dit moment met jullie mag delen.’ De rector magnificus kijkt in vervoering naar de leden van het koor die vooraan in de kerk hun lippen bevochtigen. ‘Nu komt het, jongens. De apotheose.’
‘Wat zegt Martin?’, vraagt Aalt Dijkhuizen zachtjes aan Tijs Breukink. Dijkhuizen, Breukink en Kropff zitten naast elkaar op de harde kerkbanken.
‘Dat het bijna afgelopen is’, antwoordt de mathematische wonderjongen. ‘We gaan naar het spetterende slotstuk toe.’
‘Dat mag ook wel’, moppert de leider der leiders, die ongemakkelijk heen en weer schuift. ‘Na drie uur.’
‘Wat zegt Aalt?’, informeert Kropff.
‘Dat hij altijd weer intens geniet als hij luistert naar de Matthäuspassion, Martin’, antwoordt Breukink. ‘Het is wat hem betreft zo klaar als een klontje dat Bach goddelijk geïnspireerd was.’
‘Gelukkig heb ik wat te lezen meegenomen’, zegt Dijkhuizen, tikkend op Alterra-rapport 1789. ‘Als een rapport van Wageningen UR naar de Tweede Kamer gaat, dan behoort ondergetekende de inhoud te kennen.’
‘Wat heeft Aalt op zijn schoot?’, wil Kropff weten.
‘De partituur’, zegt Breukink. ‘Zo kunnen Aalt en ik dichter bij deze heerlijke muziek komen.’
‘Snap ik’, zegt Kropff. ‘Het is natuurlijk prachtig. Wir setzen uns mit Tränen nieder. Und rufen dir im Grabe zu. Ruhe sanfte, sanfte Ruhe. De koude rillingen lopen toch over je rug als je dat hoort?’
‘De milieubelasting van het begraven van mensen in de vrije natuur is aanzienlijk, lees ik hier’, zegt Dijkhuizen. ‘Wist je dat?’
‘Willem Holleeder moest zich doodschamen’, antwoordt Breukink.
‘Dit gaat over natuurbegraafplaatsen, Tijs. Vooral in voedselarme natuurtypen zijn de effecten van crematie-as niet verwaarloosbaar. Heb je enig idee hoeveel fosfaat en stikstof er in een menselijk lichaam zit? Volgens de meststoffenwet...’
‘Je hebt het over mensen’, sist Breukink. ‘Niet over mest. Welke halve zool maakt er nou een rapport...’
‘Het gaat erom dat op een natuurbegraafplaats op een kleine oppervlakte heel veel lichamelijke overschotten...’, begint Dijkhuizen.
‘Waar hebben jullie het toch over?’, vraagt Kropff.
‘Over de dood, Martin’, zegt Breukink in Kropffs oor. ‘En over wat er met ons gebeurt als ons leven hier is afgelopen.’
‘Dit is de juiste tijd om over dat soort levensvragen na te denken’, zegt Kropff met vochtige ogen. ‘Zalig Pasen, Tijs.’ |
|