Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 6-12-2018

Sportvoeding zonder mythes

Pillen met insectenhormonen maken je gespierd en slank. Bodybuilders moeten honderden grammen eiwit per dag eten en sporters moeten vitaminepillen slikken. Ongefundeerde kletskoek, zegt prof. Gert Jan Schaafsma. Op de cursus over sportvoeding die de Wageningse onderzoeksscholen Vlag en Wias binnenkort organiseren, maakt de Wageningse voedingshoogleraar en TNO-man er de kachel mee aan.

De advanced course van Vlag over sportvoeding begint op 8 november. Onderzoekers van de universiteiten van Wageningen en Maastricht, en uiteraard van TNO, zullen trainers, topsporters, sportdietisten en managers uit het bedrijfsleven voorhouden wat de voedingswetenschap ze kan leren over het optimaliseren van prestaties.

Het lijkt water naar zee dragen, want de populaire media staan bol van informatie over manieren om sneller te lopen, meer kracht te ontwikkelen of meer spierweefsel op te bouwen. Veel van die populaire informatie deugt echter niet of is speculatief.

Ga je uit van wat de voedingswetenschap wel met zekerheid kan zeggen, dan blijkt dat juist die kennis bij het gros van de sporters ontbreekt, zegt Schaafsma. 'Uit onderzoek weten we dat de voeding van de meeste sporters niet optimaal in elkaar zit. Soms is die zelfs uitgesproken slecht. Wat veel trainers en sporters over voeding denken te weten, berust voor een groot deel op bijgeloof, terwijl sporters de basis van de voeding schromelijk verwaarlozen. Ze slikken bijvoorbeeld allerlei supplementen in de ijdele hoop dat die hun prestaties verbeteren, terwijl hun voeding teveel verzadigde vetten bevat.'

Mythes
De cursus wil vooral de vele mythes over sportvoeding doorprikken, en nadat het bijgeloof van het toneel is verdwenen de blik richten op voedingsstrategieen die wel werken. Zo'n mythe is bijvoorbeeld het door de supplementenindustrie zorgvuldig gevoede idee dat krachtsporters enorme hoeveelheden eiwitten moeten consumeren.

'Dat kracht- en duursporters meer eiwitten nodig hebben, dat hebben we inderdaad een tijd gedacht', zegt Schaafsma. 'Spieren bestaan uit eiwit, en je krijgt dus meer spier als er meer eiwit in je voeding zit, dachten we. Het is niet onlogisch, maar het klopt niet. In de puberteit springt het lichaamsgewicht van kinderen in enkele jaren van, pak hem beet, veertig naar zeventig kilo. Met een gewone voeding, die gewone hoeveelheden eiwit bevat. Die groeispurt gaat gepaard met een toename aan spiermassa die je heus niet vindt bij volwassen krachtsporters die met gewichten gaan trainen. Dus waarom zouden die krachtsporters wel meer eiwit nodig hebben?'

Een uitgebalanceerde voeding zorgt ervoor dat je per kilo lichaamsgewicht dagelijks ongeveer een gram eiwit binnenkrijgt. 'Krachtsporters hebben iets meer nodig', zegt Schaafsma. 'Ongeveer anderhalve gram per kilo lichaamsgewicht moet voldoende zijn. De meeste zelfbenoemde deskundigen propageren meer eiwit, en adviseren sporters soms drie gram eiwit per kilo lichaamsgewicht. Dat is onnodig en misschien werkt het zelf averechts.'

Wat krachtsporters wel helpt is het supplement creatine. Meestal verkopen bedrijven het in de vorm van een poeder dat gebruikers moeten oplossen in water of melk. In de spieren fungeert de verbinding als een accu die zich oplaadt met chemische energie in de vorm van fosfaatgroepen. Tijdens korte, hevige krachtsinspanningen zoals sprints of bewegingen met halters spreken de spiervezels die energiebron aan.

Glucose
Voor duursporters heeft de voedingswetenschap meer in huis. 'Duursporters hebben in de eerste plaats een voeding nodig met veel koolhydraten', zegt Schaafsma. 'Die leveren de spieren de brandstof glucose.'

De laatste paar uur voor de wedstrijd of de training zouden duuratleten hun glucosespiegel verder kunnen opvoeren via sportdrankjes of tabletten met snel opneembare suikers. Sportdrankjes tijdens de training zijn net zo belangrijk.

'Sportdrankjes tijdens de inspanning zorgen ervoor dat de suikerspiegel niet al te snel zakt', zegt Schaafsma. 'En wat belangrijker is: ze voorkomen uitdroging. Als je twee procent van je lichaamsvocht aan vocht verliest presteer je beduidend minder. Vooral mentaal functioneer je onder deze omstandigheden minder goed.'

Anders dan legio sportsupplementen werken 'isotone dorstlessers' - zoals de advertenties ze noemen - wel degelijk. Ze bevatten zout en suikers in uitgekiende verhoudingen en concentraties waardoor het lichaam de sportdrank sneller opneemt.

'Neem je drankjes met hogere concentraties zouten en suikers, dan verloopt de opname langzamer', aldus Schaafsma. 'Het lichaam moet dan eerst vocht naar de spijsvertering sturen om de concentratie te verlagen. Dat kost tijd. Hetzelfde gebeurt als je de zouten weglaat. De opname vindt pas plaats als het lichaam die zouten naar de spijsvertering heeft getransporteerd.'

Naar het tweede deel van dit artikel >>>

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.