Deze website gebruikt cookies. Als je wilt weten wat dat zijn, en wat voor consequenties dat heeft, klik dan hier. Als je niets van die cookies moet hebben, klik dan hier.

Willem Koert.nl

Nieuw | Over mij | Contact | Blogs

Opgepoetst | 27-8-2018

Wageningse hormoonjagers vinden een groeibevorderaar die officieel niet bestaat

'In dit werk heb je per definitie een achterstand', zegt dr Michel Nielen van het Wageningse onderzoeksinstituut Rikilt. 'De mensen die illegale groeibevorderaars in dieren spuiten of door hun voer mengen zijn ons altijd een paar stappen voor. Dat is ook logisch. Als zij met een nieuwe stof beginnen te rommelen duurt het even voordat wij er achterkomen. Maar die achterstand slinkt. We lopen in.'

Binnen Rikilt is Nielen verantwoordelijk voor het programma dat speurt naar verboden hormonen en andere groeibevorderaars waarmee de hormoonmaffia dieren versneld en met meer spiervlees slachtrijp maakt. 'Je hebt androgenen, de anabole steroiden die je ook worden gebruikt in de sport', zegt Nielen. 'Daarnaast heb je oestrogenen en progestagenen, die je ook vindt in de anticonceptiemiddelen. En je hebt middelen als clenbuterol.'

Ondergronds
Binnenkort verschijnt een publicatie van Nielen en zijn medewerkers in het vakblad Rapid Communications in Mass Spectrometry over een nieuwe variant van clenbuterol, die de hormoonjagers in een partij veevoer hebben ontdekt.

'Met nieuw bedoel ik ook echt nieuw', zegt Nielen. 'Het gaat om een stof die nergens staat beschreven. Je vindt hem in geen enkele databank. Hij heeft geen naam, zelfs geen CAS-nummer. Als we zouden willen, zouden we hem zelf een naam kunnen geven.'

Ergens in een ondergronds laboratorium hebben chemici met kennis van zaken hebben het bekende clenbuterol versleuteld tot dit nieuwe molecuul. 'Dat versleutelen is ook nog gebeurd op een manier die we niet eerder hebben gezien', zegt Nielen. 'Je kunt de chemische structuur van clenbuterol zien als een moer met twee slierten eraan. De meeste modificaties die we kennen zijn ontstaan door die slierten te verknutselen. Maar in dit geval hebben de clandestiene chemici een nieuwe plek op de moer gevonden om atomen aan te plakken.'

Daardoor is misschien een stof ontstaan die beter werkt, filosofeert Nielens collega ir Toine Bovee. 'Clenbuterol lost op in water en vet. Verhoog je de oplosbaarheid in vet, dan heb je waarschijnlijk een stof die makkelijker zijn weg vindt naar vetcellen en spiercellen, en minder snel via de bloedbaan in het hart terechtkomt.' Clenbuterol werkt in op het zenuwstelsel. Het dwingt vetcellen om vet af te breken en prikkelt spieren om te groeien. Een belangrijke bijwerking van clenbuterol is dat de stof het hart sneller laat slaan, en bij overdosering hartaanvallen kan veroorzaken.

Door de afwijkende structuur van het nieuwe middel is deze stof mogelijk beter oplosbaar in vet, en daardoor dus ook verhoogd actief. 'Maar misschien is deze afwijkende structuur ook bedoeld om de testers te misleiden', zegt Nielen. Dat is in dit geval niet gelukt, al geeft Nielen toe dat de nieuwe clenbuterolvariant hem voor hetzelfde geld was ontglipt. Toen zijn groep verdacht veevoer onderzocht met antilichamen die gevoelig waren voor clenbuterol, ontstond het vermoeden dat er iets in het voer zat wat op clenbuterol leek. Maar hoe goed de mensen van Rikilt ook zochten, clenbuterol vonden ze niet.

Bioassay
'In Belgie kampte de inspectie met hetzelfde probleem', zegt Nielen. 'Ook daar was een clenbuterolachtige stof in veevoer gevonden. Het was dus geen incident.' Om wat voor stof het precies ging, werd pas duidelijk toen Nielen de stof onderzocht met nieuwe apparatuur waarover Rikilt sinds kort beschikt: een QTOF-massaspectrometer. 'Gewone massaspectrometers bepalen alleen het molecuulgewicht van een stof', zegt Nielen. 'Dat is een belangrijke aanwijzing als je wilt weten met welke verbinding je te maken hebt, maar ook niet meer. Deze machine vertelt ook de samenstelling van het molecuul, hoeveel van welke atomen er in het molecuul zitten.'

'Deze vangst was puur geluk', zegt dr Ron Hoogenboom, collega van Michel Nielen en Toine Bovee. 'We gebruikten toevallig antilichamen die bedoeld waren om clenbuterol op te speuren, maar ook de nieuwe variant oppikten. Er zijn waarschijnlijk nog veel meer versleutelde groeibevorderaars in omloop, en die zien we niet. Nog niet. Maa we slaan nu een richting in waardoor dat gaat veranderen.'

Hoogenboom doelt op de ontwikkeling van bioassays. Een bioassay zoekt niet naar een chemische stof met een bepaalde structuur, zoals antilichamen, maar kijkt of er in een monster stoffen zitten die werken als clenbuterol. Of als oestrogeen, of als een androgeen. 'Het maakt niet uit hoe je een stof chemisch verandert', zegt Bovee. 'Als hij op de cellen inwerkt zoals clenbuterol dat doet, dan merkt het bioassay hem op.'

Er is voor clenbuterolachtige stoffen al zo'n assay ontwikkeld. Onderzoekers uit Ierland ontwikkelden hem voor de opsporing van alle clenbuterolachtige stoffen.

Op Rikilt is sinds kort een ander bioassay in gebruik: een door Bovee genetisch veranderde gistcel, die alle oestrogeenachtige stoffen opspoort. Bovee bouwde in de gistcel de oestrogeenreceptor in. Dat is het eiwit waaraan oestrogene stoffen zich moeten vastmaken om effect te hebben. Koppelt een stof met een oestrogene werking aan dat eiwit, dan lichten de gistcellen groen op onder de microscoop. Of de hormoonmaffia nu het echte estradiol gebruikt, een synthetische versie daarvan of een schimmelgif dat in de verste verte niet op estradiol lijkt, maar wel kan hechten aan het receptoreiwit, dan is detectie onvermijdelijk.

Ontsnappen
'Dit is niet het eerste assay voor oestrogenen', zegt Bovee. 'De leerstoelgroep Toxicologie van Wageningen Universiteit en het Hubrecht Laboratorium hebben al eens een menselijke cel gemaakt die oestrogenen opspoort. Maar die test is niet geschikt voor onderzoek van veevoer of urine, omdat de cellen dan snel doodgaan.'

Assays als die van Bovee zijn de toekomst van de jacht op illegale groeibevorderaars, zegt Hoogenboom. 'Er zijn nu dus assays voor clenbuterol en oestrogenen. We werken aan assays voor andere groeibevorderaars. Als we met een assay een groeibevorderaar vinden, zullen we nog altijd met andere methoden moeten uitzoeken om welke stof het precies gaat, net zoals Michel dat heeft gedaan met de nieuwe clenbuterolvariant. De kans dat er allerlei stoffen aan onze aandacht ontsnappen wordt stukken kleiner.'

Weekblad voor Wageningen UR, 12 Juni 2003.

Gemaakt in Kladblok. WordPress is voor mietjes.